
Onze tuingrond is zandgrond: erg arm en droog. Voor de verhoogde bedden van de moestuin hadden we vorig jaar goedkope, los gestorte, tuingrond gekocht. Die was marginaal minder zanderig, maar bleek helaas ook bijna geen organisch materiaal te bevatten. We hebben toen met verteerde paardemenst, cocopeat en zakken bemeste tuinaarde gepoogd toch een redelijk mengsel samen te stellen voor het verhogen van de moestuinbedden. Hiervoor heb ik vier jaar getuinierd op vette kleigrond en dat is iets heel anders dan zandgrond. Er is sprake van een leercurve, zullen we maar zeggen. En aan de kwaliteit van de grond in de bedden viel nog wel wat te verbeteren.
Directe aanleiding voor het laten aanrukken van bovenstaand zwart goud was echter de aanleg van onze siertuin, die nu gestalte begint te krijgen (prioriteiten moeten er zijn: eerst de eetbare tuin, dan de siertuin
). De grond daarin was werkelijk te slecht voor woorden: fijn zand en grind met amper een kruimeltje organisch materiaal. Met de droogte van de afgelopen maand leek het wel een woestijn: bij elke windvlaag vloog het stof je om de oren. Maar gisteren arriveerde deze prachtige zwarte hoop.
De berg op de foto is bijna gehalveerd en op de siertuin is nu grotendeels de dikke laag compost aangebracht. Dat heeft manlief voor zijn rekening genomen gisteren. Ik ben lekker aan het compost slepen geweest ten behoeve van de moestuin, gisteren, en vandaag hebben we samen spierpijn.
Foto’s van de aanleg van de vijver en de siertuin volgen binnenkort.